Er bestaan honderden koffieplantvariëteiten, maar voor ons koffiegenieters volstaat het om twee families uit elkaar te kennen. Zij bepalen volledig de smaak en de kwaliteit van een koffiemelange: Arabica en Robusta.
Arabica: Is de koffie bij uitstek. Was oorspronkelijk de enig gekende soort. De plant is delicaat in de teelt en erg gevoelig voor de minste invloed van bemesting, grond of klimaat. De fijnste soorten groeien hoog in de berglanden van Midden- en Zuid-Amerika, Kenia en Tanzania, op meestal kleine plantages. Hooggeteelde Arabicakoffies leveren tegelijk ook de meest smaakvolle kwaliteiten op, met meer aroma.
Robusta: Is tegenover Arabica als een landwijn ten opzichte van een gedegen Bourgogne. In streken waar de veeleisende Arabica niet kan gedijen, wordt Robusta geteeld. Vooral in Afrika en enkele landen van Azië. De plant is robuuster, resistenter tegen koffieziektes en minder kieskeurig wat grond en groeiplaats betreft. Vandaar ook zijn naam. Robusta is gewoonlijk ook goedkoper. Zo zal je in de laag geprijsde mengelingen zeker, zoniet uitsluitend, Robusta vinden. Een koffiemerk dat er op staat enkel écht waardevolle kwaliteit te leveren, biedt je koffievariëteiten aan zonder Robusta. Robusta maakt de melange alleen maar wat lager in prijs, hoog in cafeïne en bitter van smaak. ARABICA-koffie verdient dus veruit de voorkeur!